Sensorische informatieverwerkingstherapie

Iedereen neemt de gehele dag dingen waar in de vorm van prikkels. Deze prikkels worden ook wel sensorische informatie genoemd. We ontvangen ze via onze ogen, oren en neus, maar ook via onze huid, het evenwichtsorgaan en via specifieke bewegingssensoren in ons lichaam. Alle prikkels worden doorgestuurd naar het centraal zenuwstelsel, van waaruit ze naar de hersenen gestuurd worden. Hier worden ze verwerkt tot reacties die het lichaam uitvoert.

Op het moment dat niet alle prikkels op een juiste manier verwerkt worden, kan een probleem in de sensorische informatieverwerking een oorzaak zijn. Prikkels kunnen onvoldoende geregistreerd worden of juist te heftig, waardoor er of geen reactie volgt of iemand juist angstig of bang wordt en iets niet doet. Ook kan het zijn dat de verschillende prikkels niet goed onderling met elkaar verbonden worden of dat prikkels heel moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn.

Problemen in de ontwikkeling van een kind
Als de sensorische informatieverwerking niet goed verloopt, kan dit bij kinderen van grote invloed zijn op de motorische en op de sociaal-emotionele ontwikkeling. Hierdoor zijn kinderen snel van slag, maken ruzie, zijn vaak afgeleid, trekken zich terug, zijn onhandig, luisteren slecht of zijn erg druk. Dit kan een probleem zijn als het dagelijkse functioneren wordt belemmerd, maar ook als het de ontwikkeling van een kind in de weg sta

Sensorische informatieverwerkingstherapie
Via sensorische informatieverwerkingstherapie kan spelenderwijs inzicht gekregen worden in wat een kind precies ervaart op het gebied van prikkelverwerking. Hierna kan een behandelplan worden opgesteld hoe er met specifieke prikkelverwerking kan worden omgegaan, zodat frustratie en onbegrip bij zowel het kind als bij de omgeving, verminderen. Uitganspunt hierbij is dat het gedrag van een kind niet voortkomt uit onwil maar uit onvermogen.

Sensorische informatieverwerkingstherapie wordt voor kinderen vergoed vanuit de basisverzekering (maximaal 18 behandelingen per kalenderjaar). Voor de therapie is geen verwijzing van een arts noodzakelijk.

Wat doet de kinderfysiotherapeut?

Een kinderfysiotherapeut is een fysiotherapeut met specifieke kennis van de motorische ontwikkeling in de verschillende ontwikkelings- en groeifases van kinderen. Om je als kinderfysiotherapeut te mogen registreren, is het met goed gevolg afronden van de driejarige opleiding tot kinderfysiotherapeut verplicht. Deze opleiding is een vervolg op de reguliere opleiding tot fysiotherapeut.

Sommige kinderen ontwikkelen zich lichamelijk langzamer dan hun leeftijdgenootjes. Dit kan komen door een probleem met organen, het zenuwstelsel of de zintuigen, zoals het gehoor of de ogen, maar het kan ook een gevolg zijn van een probleem met botten en/of spieren. In een aantal gevallen kan de kinderfysiotherapeut helpen en met oefeningen en begeleiding de motorische ontwikkeling zo optimaal mogelijk stimuleren.

Het eerste consult
Tijdens het eerste consult – de intake – worden vragen gesteld aan zowel de ouders als aan het kind, als de leeftijd dit toelaat, om zo de hulpvraag goed in kaart te brengen. Ook vindt een lichamelijk onderzoek plaats en zal de kinderfysiotherapeut het kind zo goed mogelijk observeren. De therapie bestaat vervolgens grotendeels uit oefen- en/of bewegingstherapie die is afgestemd op zowel de leeftijd als op de ontwikkeling van het kind. Dit gebeurt uiteraard in een veilige kindvriendelijke omgeving waarbij gebruik gemaakt wordt van kindvriendelijk materiaal. Als een kind niet naar de praktijk kan komen, omdat het niet mobiel is door bijvoorbeeld een handicap, dan kan de behandeling ook aan huis plaatsvinden.

De vergoeding van kinderfysiotherapie
Kinderfysiotherapie wordt tot de leeftijd van 18 jaar vanuit de basisverzekering door alle zorgverzekeraars vergoed. Zonder verwijzing van een arts of van het consultatiebureau, geldt deze vergoeding voor maximaal 18 behandelingen per jaar. Op verwijzing en met een chronische aandoening wordt de behandeling onbeperkt vergoed. In geen van de gevallen geldt het eigen risico en vanuit de praktijk wordt er rechtstreeks bij de zorgverzekeraar gedeclareerd, u hoeft de betaling niet voor te schieten.

Denkt u dat uw kind klachten heeft waarbij een kinderfysiotherapeut kan helpen? Neem dan contact op met Praktijk voor Kinderfysiotherapie Marie Therése Pelgrim in Maastricht.

De diensten van de kinderfysiotherapeut

Een kinderfysiotherapeut, en de naam zegt het al, is een fysiotherapeut die gespecialiseerd is in het behandelen van baby’s, kinderen en jongeren tot 18 jaar. Iedere leeftijdscategorie kent zijn eigen veelvoorkomende klachten, die veelal te maken hebben met motorische ontwikkeling en/of bewegings- en houdingsaandoeningen. Na vaststelling van de precieze klacht door observatie en het afnemen van testen, kan een behandelingstraject worden ingezet dat gericht is op het aanleren en/of verbeteren van de motorische vaardigheden. De behandeling kan ook gericht zijn op het trainen van fysieke fitheid en de training van bijvoorbeeld spieren en de hart- en longfunctie bij een aandoening of ziekte.

De verschillende behandelmogelijkheden
Alle kinderfysiotherapeuten in de Praktijk voor kinderfysiotherapie Marie Therése Pelgrim hebben, naast pedagogische ook specialistische kennis en vaardigheden. Wij behandelen onder meer:
• Kinderen met een motorische achterstand
• Kinderen met astma / cystic fibrosis
• Kinderen met een gegeneraliseerde hypermobiliteit
• Baby’s met een voorkeurshouding / schedelvormafwijking
• Kinderen met een neurologische aandoening als cerebrale parese en spina bifida
• Baby’s die excessief huilen
• Kinderen met overgewicht
• Kinderen met aandoeningen als het syndroom van down en de ziekte van Perthes.
Na aanmelding brengen we eerst de hulpvraag in kaart, waarna we een onderzoek starten naar het motorisch niveau van het kind. Hierbij kijken we, samen met anderen. Hoe een kind zich onder verschillende omstandigheden gedraagt. Hierna maken we een verslag en stellen een behandelplan op. Dit plan kan bestaan uit oefeningen, advies en uit voorlichting in de praktijk of aan huis, maar ook uit deelname aan kleutergym of aan een van de Fitkids groepen.

Kleutergym en Fitkids
Kleutergym in onze praktijk is bedoeld voor kinderen van 4 – 6 jaar met een beperking, een motorische achterstand of met overgewicht.
Fitkids is een specifiek beweegprogramma opgezet door de Stichting Fitkids voor kinderen tussen 6 en 18 jaar met een chronische ziekte, een beperking of en langdurige aandoening die een inactief leven leiden. Het programma dat wordt afgestemd op de individuele behoeften van het kind, bestaat uit individuele oefeningen, oefeningen met fitnessapparatuur en training in groepsverband onder het motto: ‘het maakt niet uit wat je hebt, iedereen heeft wel wat’. Het Fitkidsprogramma wordt op veel locaties in Nederland, waaronder Praktijk voor kinderfysiotherapie Marie Therése Pelgrims, aangeboden.

Wilt u weten of kinderfysiotherapie een optie is als behandeling van uw kind? Neem dan contact met ons op via 06-25056620.

Wat is Fitkids?

Bewegen is én leuk én goed voor kinderen. Ook als zij een chronische ziekte, beperking of een langdurige aandoening hebben. Toch zijn er veel kinderen die te weinig bewegen, omdat ze niet zomaar bij een sportclub terecht kunnen of omdat ze speciale begeleiding nodig hebben bij het trainen en bewegen. Voor deze kinderen is er Fitkids. Een fitness- en oefenprogramma voor kinderen van 6 tot 18 jaar, onder begeleiding van een kinderfysiotherapeut.

Fitkids
Fitkids – een landelijk bewegingsprogramma voor kinderen met een chronische ziekte of beperking – bestaat sinds 2003 en inmiddels wordt Fitkids al op meer dan 160 locaties in Nederland gegeven. Tijdens het Fitkidsprogramma, dat een half jaar tot een jaar duurt, leren kinderen dat bewegen heel erg leuk is en dat het je ook beter in je vel laat zitten. Ieder kind is anders. Daarom wordt er binnen Fitkids gewerkt met individuele doelen waarbij de verbetering van de fysieke en de mentale conditie centraal staan.

In het ‘Fitkids-uur’ wordt zowel individueel op fitnessapparatuur als in groepsverband getraind. Hierbij komen allerlei soorten sport en spel aan bod, zodat kinderen kunnen ontdekken wat ze zelf het leukste vinden om te doen. Het doel is uiteindelijk de kinderen te laten doorstromen naar een sportclub.

Voor wie is Fitkids?
Fitkids is bedoeld voor kinderen tussen 6 en 18 jaar met een chronische ziekte, een beperking of een langdurige aandoening. Hierbij kun je denken aan kinderen met astma, taaislijmziekte, diabetes, het syndroom van Down, autisme of een aangeboren hartafwijking. Om mee te kunnen doen aan het programma is een doorverwijzing van de huisarts, de kinderarts of een andere specialist nodig. Alleen met een verwijzing wordt het Fitkidsprogramma door de meeste ziektekostenverzekeraars vergoed. Als een kind het programma van Fitkids doorlopen heeft, krijgt het een diploma.

Ik wil graag meedoen
Als je mee wilt doen aan het Fitkidsprogramma, heb je dus een verwijzing nodig. Daarna kun je je aanmelden en dat kan op twee manieren. Je kunt je aanmelden via de website van de Stichting Fitkids je kunt ook rechtstreeks contact opnemen met onze kinderfysiotherapiepraktijk via ons algemene telefoonnummer 06-25056620. We vertellen je graag meer over Fitkids.

Overgewicht bij kinderen in tijden van corona

Uit recent onderzoek van onder andere het Universitair Medisch Centrum in Maastricht, naar het gewicht van kinderen in coronatijd, blijkt dat er bij veel kinderen een duidelijke gewichtstoename zichtbaar is ten aanzien van voor de coronacrisis. Veel kinderen zijn tijdens de lockdowns aanmerkelijk minder gaan bewegen, zijn ongezonder gaan eten en drinken en gaan later naar bed dan normaal.

Hoe ontstaat gewichtstoename?
Uit de resultaten blijkt dat 75% van de kinderen tijdens de eerste lockdown bijna een uur per dag minder beweging had, onder meer door het niet naar school lopen of fietsen en het ontbreken van gymlessen, die thuis online niet ingevuld werden. Veel kinderen die van zichzelf al niet zo actief waren, zijn hierdoor nog minder beweeglijk geworden. En omdat er over het algemeen bij thuiszitten meer ongezonde snacks en meer suikerhoudende fris- en/of vruchtendranken genuttigd worden, ontstaat al snel een disbalans tussen de hoeveelheid calorieën die gegeten wordt en de hoeveelheid die er weer verbrand wordt. Hierdoor komen er dus meer calorieën binnen dan eruit gaan en ontstaat een gewichtstoename. Dit is omkeerbaar als het normale leven weer zijn aanvang neemt en het beweegpatroon weer wordt, zoals het was, maar de kans bestaat dat het overgewicht structureel is, wat weer kan leiden tot obesitas.

Hoe voorkom ik overgewicht bij mijn kind?
Op dit moment (2021) heeft in Nederland ongeveer één op de zeven kinderen (15%) last van overgewicht en één à twee procent hiervan heeft weer obesitas. Gebleken is dat deze kinderen op latere leeftijd een aanzienlijk verhoogde kans op diabetes type II hebben en dat ook hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten op de loer liggen. Daarnaast blijken deze kinderen duidelijk gevoeliger voor het coronavirus te zijn. Nu we in de tweede lockdown zitten, waarbinnen gelukkig wel meer mogelijkheden zijn voor kinderen om te bewegen, is het zaak als ouder extra op te letten dat je kind voldoende beweging krijgt en niet te veel ongezond voedsel eet en drinkt. Daarnaast zijn er nog een aantal andere manieren om de kans op overgewicht bij je kind te verkleinen; we geven je hier een aantal concrete tips:
• Eet gevarieerd en eet op vaste momenten op de dag
• Ga voor gezonde tussendoortjes, als fruit en wortel
• Drink water in plaats van frisdrank
• Drink minimaal een tot anderhalve liter per dag
• Laat je kind minimaal 60 minuten per dag extra bewegen; denk aan de hond uitlaten of buitenspelen of ga samen een flink eind wandelen
• Las per dag een online sportmomentje in; op internet zijn talloze voorbeelden te vinden die bewegen in huis leuk maken.

Voor meer tips, advies en hulp voor het voorkomen of het ‘behandelen’ van overgewicht bij kinderen, kun je uiteraard contact met ons opnemen. We helpen je graag.

Het Squease drukvest

Iedereen heeft een natuurlijke behoefte aan geborgenheid, warmte en veiligheid. Als je je niet prettig voelt, je bent verdrietig of angstig bijvoorbeeld, dan helpt een stevige knuffel vaak om iets rustiger te worden. Dit is al zichtbaar bij onrustige baby’s die baat hebben bij ingebakerd zijn. Dagelijks krijgen we te maken met enorme hoeveelheden prikkels die op ons afkomen. Zowel van dingen die we zien, maar ook prikkels die we ruiken, horen en voelen. Onze hersenen zijn continu bezig deze prikkels te filteren en te scheiden welke prikkels wel belangrijk zijn en welke niet. Dit gebeurt volkomen onbewust en maakt dat we ‘normaal’ kunnen functioneren.

Prikkelverwerking
Er zijn echter heel veel mensen die problemen ervaren in die prikkelverwerking. Hun filter werkt anders waardoor ze op prikkels soms niet of soms heel heftig reageren. Hierdoor wordt het moeilijk om hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden. Hoe meer prikkels opgemerkt worden, hoe sneller de afleiding en hoe moeilijker de focus. Het zenuwstelsel heeft moeite met de grote hoeveelheid aan informatie dat binnenkomt en raakt in de vertraging, waardoor belangrijke informatie soms wordt gemist. Dit kan leiden tot onrust, angst voor de omgeving of ongewenst gedrag, zoals het uiten van frustratie of wegvluchten. Dit zijn basale reacties van het lichaam als een situatie als gevaarlijk of angstig wordt ervaren. Deze reactie ontstaat in de hersenen in de zogenoemde amandelkernen oftewel de amygdalae. Deze kernen reageren met afgifte van stresshormonen als (nor)adrenaline en cortisol ook wel de vecht, vlucht, verstijf hormonen genoemd.

Diepe druk door een Squease drukvest
Diepe druk geeft een directe invloed op deze amandelkernen en heeft het effect dat je minder last ervaart van alle binnenkomende prikkels. Het kalmeert waardoor je een veilig en beschermd gevoel krijgt. Het dragen van een Squease drukvest zorgt voor deze diepe druk. Het vest, dat een stevige druk om het bovenlichaam geeft, voelt als een stevige knuffel en zorgt dat de amandelkernen minder stresshormonen afgeven. De drager van het vest, regelt de druk zelf met een handpompje, waarmee hij of zij het ook weer leeg kan laten lopen.

Een Squease drukvest kan helpen bij iedereen die last heeft van zintuiglijke prikkelverwerking. Het helpt:
• Overprikkeling voorkomen
• Onrust te verminderen
• Driftbuien te voorkomen
• Om te gaan met stress
• Te kalmeren bij angst/paniek
• Het verbetert de concentratie
• Sneller in slaap te vallen.

Voor wie kan een Squease drukvest helpen?
Een Squease drukvest kan een hulp zijn bij mensen met:
• Autisme / Aspergersyndroom
• ADHD/ADD
• Slaap- angststoornissen
• Sensorische (SI) stoornis
• Syndroom van Down
• Gilles de la Tourette
• Hoog Sensitief Persoon
• Een verstandelijke beperking.

Meer weten over het Squease drukvest? Ga dan naar www.squeasewear.com/nl/

Is uw kind vaak onrustig?

Kan uw kind niet stilzitten in de klas? Wil uw kind bepaalde texturen niet eten? Is uw kind al ouder en stopt het nog alles in zijn mond of bijt overal op? Wordt uw kind vaak driftig zonder dat u denkt dat er een reden voor is? Is uw kind bang voor vieze handen? Wil uw kind nooit knuffelen, verstijft het bij aanraking?

Mogelijk heeft uw kind problemen met de sensorische integratie (of SI). Hierbij wordt het signaal/prikkel van tast en evenwichtsgevoel te sterk of te zwak doorgegeven. Hierdoor reageren we dus alsof we in gevaar verkeren, terwijl dat niet zo is. Maar het tegengestelde kan ook, we geven juist te weinig aandacht aan de prikkel, terwijl dat juist wel zou moeten. We richten dus onze aandacht op een verkeerde manier en onze bewegingen worden onvoldoende opgemerkt. Hierdoor gebruiken we de informatie uit onze spieren en gewrichten verkeerd en ontstaan er problemen met de concentratie en het aanleren van nieuwe dingen.

Wat is sensomotorische integratie?

Met onze zintuigen kunnen we dingen waarnemen, zien, horen, ruiken, voelen en proeven. Deze waarneming is voor ons vaak aanleiding om wat te gaan doen of juist niet. Dagelijks komen we hiermee in aanraking. Bij heel gewone dingen – zoals aankleden ,eten, luisteren in de klas, enzovoorts – maken we gebruik van de informatie van deze waarnemingen.

De ontwikkeling van de samenwerking tussen de waarneming en het handelen wordt sensomotorische of sensorische integratie genoemd. Het belang van het goed gebruiken van de informatie van de zintuigen heeft invloed op de ontwikkeling van een kind. Dit is terug te voeren tot de rol die zij spelen bij het handhaven van evenwicht en stabiliteit. Handhaven daarvan heeft altijd voorrang boven het uitvoeren van andere activiteiten.

Voorbeelden van slechte sensomotorische integratie zijn onder meer:

• Het tastgevoel waarschuwt te snel voor gevaar, ook wel tactiele overgevoeligheid genoemd.

Deze kinderen zijn gevoelig voor aanraken: hun zintuigprikkels reageren hierop heel snel. Aangeraakt worden, op schoot zitten en knuffelen vinden deze kinderen niet prettig. Daarnaast zijn ze vaak heel kieskeurig wat betreft het eten, hun kleren, die ze al gauw ervaren als ‘kriebelig’. Ze staan ook kritisch tegenover het speelgoed waarmee ze spelen. Spelen met water, zand, klei en verf is meestal niet favoriet. Ze vinden het al gauw vies.

• Het tastgevoel waarschuwt te weinig en wordt niet opgemerkt. Dit wordt ook wel tactiele ondergevoeligheid genoemd.

Hierbij merkt het kind nauwelijks dat het wordt aangeraakt, of dat het zelf iets aanraakt. De zintuigprikkels geven te weinig informatie door. Hierdoor ‘bestuurt’ zo’n kind zijn eigen lichaam minder goed, waardoor het onhandig is en zich bijvoorbeeld gauw stoot. Zulke kinderen spelen juist wel graag met ‘vieze’ materialen zoals zand, klei en verf.

• Het evenwichtsgevoel waarschuwt te snel voor gevaar.

Dit wordt ook wel vestibulaire overgevoeligheid genoemd. Een dergelijk kind is heel gevoelig voor bewogen worden. Zijn/haar zintuigprikkels reageren bij de geringste beweging of verandering van houding. Bewogen worden, stoeien en andere wilde spelletjes vindt hij/zij niet prettig. Hierdoor komen deze kinderen wat angstig over en zijn zij meestal minder bewegelijk dan anderen.

• Het evenwichtsgevoel waarschuwt te weinig en wordt niet opgemerkt.

Dit wordt ook wel vestibulaire ondergevoeligheid genoemd. Zo’n kind merkt te weinig wanneer het wordt bewogen. Zijn zintuigprikkels geven te weinig informatie door. Bewogen worden, schommelen, stoeien en andere wilde spelletjes zijn favoriet. Zulke kinderen zijn vaak echte waaghalzen en ze zijn voortdurend in beweging.

Uw kind spelenderwijs helpen

Herkent u uw kind hierin, dan kan een behandeling bij een sensorische integratietherapeut een oplossing bieden. Hierbij is het noodzakelijk om het kind zodanig aan te raken en of te bewegen dat hij of zij die gaat beweging of aanraking gaat gebruiken of leuk gaat vinden. Het gebruik van deze prikkels gaat dan tot veranderingen leiden. De sensorische integratietherapeut heeft allerlei leuke spelletje en hulpmiddelen om uw kind te helpen.

Heeft u het idee dat uw kind een sensorische integratiestoornis heeft en een behandeling hiervoor zou kunnen helpen, of u heeft gewoon een vraag, neem dan contact met ons op.

Praktijk voor kinderfysiotherapie Marie Therese Pelgrim
06-25056620 of info@kinderfysiotherapiepelgrim.nl