Overgewicht bij kinderen in tijden van corona

Uit recent onderzoek van onder andere het Universitair Medisch Centrum in Maastricht, naar het gewicht van kinderen in coronatijd, blijkt dat er bij veel kinderen een duidelijke gewichtstoename zichtbaar is ten aanzien van voor de coronacrisis. Veel kinderen zijn tijdens de lockdowns aanmerkelijk minder gaan bewegen, zijn ongezonder gaan eten en drinken en gaan later naar bed dan normaal.

Hoe ontstaat gewichtstoename?
Uit de resultaten blijkt dat 75% van de kinderen tijdens de eerste lockdown bijna een uur per dag minder beweging had, onder meer door het niet naar school lopen of fietsen en het ontbreken van gymlessen, die thuis online niet ingevuld werden. Veel kinderen die van zichzelf al niet zo actief waren, zijn hierdoor nog minder beweeglijk geworden. En omdat er over het algemeen bij thuiszitten meer ongezonde snacks en meer suikerhoudende fris- en/of vruchtendranken genuttigd worden, ontstaat al snel een disbalans tussen de hoeveelheid calorieën die gegeten wordt en de hoeveelheid die er weer verbrand wordt. Hierdoor komen er dus meer calorieën binnen dan eruit gaan en ontstaat een gewichtstoename. Dit is omkeerbaar als het normale leven weer zijn aanvang neemt en het beweegpatroon weer wordt, zoals het was, maar de kans bestaat dat het overgewicht structureel is, wat weer kan leiden tot obesitas.

Hoe voorkom ik overgewicht bij mijn kind?
Op dit moment (2021) heeft in Nederland ongeveer één op de zeven kinderen (15%) last van overgewicht en één à twee procent hiervan heeft weer obesitas. Gebleken is dat deze kinderen op latere leeftijd een aanzienlijk verhoogde kans op diabetes type II hebben en dat ook hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten op de loer liggen. Daarnaast blijken deze kinderen duidelijk gevoeliger voor het coronavirus te zijn. Nu we in de tweede lockdown zitten, waarbinnen gelukkig wel meer mogelijkheden zijn voor kinderen om te bewegen, is het zaak als ouder extra op te letten dat je kind voldoende beweging krijgt en niet te veel ongezond voedsel eet en drinkt. Daarnaast zijn er nog een aantal andere manieren om de kans op overgewicht bij je kind te verkleinen; we geven je hier een aantal concrete tips:
• Eet gevarieerd en eet op vaste momenten op de dag
• Ga voor gezonde tussendoortjes, als fruit en wortel
• Drink water in plaats van frisdrank
• Drink minimaal een tot anderhalve liter per dag
• Laat je kind minimaal 60 minuten per dag extra bewegen; denk aan de hond uitlaten of buitenspelen of ga samen een flink eind wandelen
• Las per dag een online sportmomentje in; op internet zijn talloze voorbeelden te vinden die bewegen in huis leuk maken.

Voor meer tips, advies en hulp voor het voorkomen of het ‘behandelen’ van overgewicht bij kinderen, kun je uiteraard contact met ons opnemen. We helpen je graag.

Het Squease drukvest

Iedereen heeft een natuurlijke behoefte aan geborgenheid, warmte en veiligheid. Als je je niet prettig voelt, je bent verdrietig of angstig bijvoorbeeld, dan helpt een stevige knuffel vaak om iets rustiger te worden. Dit is al zichtbaar bij onrustige baby’s die baat hebben bij ingebakerd zijn. Dagelijks krijgen we te maken met enorme hoeveelheden prikkels die op ons afkomen. Zowel van dingen die we zien, maar ook prikkels die we ruiken, horen en voelen. Onze hersenen zijn continu bezig deze prikkels te filteren en te scheiden welke prikkels wel belangrijk zijn en welke niet. Dit gebeurt volkomen onbewust en maakt dat we ‘normaal’ kunnen functioneren.

Prikkelverwerking
Er zijn echter heel veel mensen die problemen ervaren in die prikkelverwerking. Hun filter werkt anders waardoor ze op prikkels soms niet of soms heel heftig reageren. Hierdoor wordt het moeilijk om hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden. Hoe meer prikkels opgemerkt worden, hoe sneller de afleiding en hoe moeilijker de focus. Het zenuwstelsel heeft moeite met de grote hoeveelheid aan informatie dat binnenkomt en raakt in de vertraging, waardoor belangrijke informatie soms wordt gemist. Dit kan leiden tot onrust, angst voor de omgeving of ongewenst gedrag, zoals het uiten van frustratie of wegvluchten. Dit zijn basale reacties van het lichaam als een situatie als gevaarlijk of angstig wordt ervaren. Deze reactie ontstaat in de hersenen in de zogenoemde amandelkernen oftewel de amygdalae. Deze kernen reageren met afgifte van stresshormonen als (nor)adrenaline en cortisol ook wel de vecht, vlucht, verstijf hormonen genoemd.

Diepe druk door een Squease drukvest
Diepe druk geeft een directe invloed op deze amandelkernen en heeft het effect dat je minder last ervaart van alle binnenkomende prikkels. Het kalmeert waardoor je een veilig en beschermd gevoel krijgt. Het dragen van een Squease drukvest zorgt voor deze diepe druk. Het vest, dat een stevige druk om het bovenlichaam geeft, voelt als een stevige knuffel en zorgt dat de amandelkernen minder stresshormonen afgeven. De drager van het vest, regelt de druk zelf met een handpompje, waarmee hij of zij het ook weer leeg kan laten lopen.

Een Squease drukvest kan helpen bij iedereen die last heeft van zintuiglijke prikkelverwerking. Het helpt:
• Overprikkeling voorkomen
• Onrust te verminderen
• Driftbuien te voorkomen
• Om te gaan met stress
• Te kalmeren bij angst/paniek
• Het verbetert de concentratie
• Sneller in slaap te vallen.

Voor wie kan een Squease drukvest helpen?
Een Squease drukvest kan een hulp zijn bij mensen met:
• Autisme / Aspergersyndroom
• ADHD/ADD
• Slaap- angststoornissen
• Sensorische (SI) stoornis
• Syndroom van Down
• Gilles de la Tourette
• Hoog Sensitief Persoon
• Een verstandelijke beperking.

Meer weten over het Squease drukvest? Ga dan naar www.squeasewear.com/nl/

Is uw kind vaak onrustig?

Kan uw kind niet stilzitten in de klas? Wil uw kind bepaalde texturen niet eten? Is uw kind al ouder en stopt het nog alles in zijn mond of bijt overal op? Wordt uw kind vaak driftig zonder dat u denkt dat er een reden voor is? Is uw kind bang voor vieze handen? Wil uw kind nooit knuffelen, verstijft het bij aanraking?

Mogelijk heeft uw kind problemen met de sensorische integratie (of SI). Hierbij wordt het signaal/prikkel van tast en evenwichtsgevoel te sterk of te zwak doorgegeven. Hierdoor reageren we dus alsof we in gevaar verkeren, terwijl dat niet zo is. Maar het tegengestelde kan ook, we geven juist te weinig aandacht aan de prikkel, terwijl dat juist wel zou moeten. We richten dus onze aandacht op een verkeerde manier en onze bewegingen worden onvoldoende opgemerkt. Hierdoor gebruiken we de informatie uit onze spieren en gewrichten verkeerd en ontstaan er problemen met de concentratie en het aanleren van nieuwe dingen.

Wat is sensomotorische integratie?

Met onze zintuigen kunnen we dingen waarnemen, zien, horen, ruiken, voelen en proeven. Deze waarneming is voor ons vaak aanleiding om wat te gaan doen of juist niet. Dagelijks komen we hiermee in aanraking. Bij heel gewone dingen – zoals aankleden ,eten, luisteren in de klas, enzovoorts – maken we gebruik van de informatie van deze waarnemingen.

De ontwikkeling van de samenwerking tussen de waarneming en het handelen wordt sensomotorische of sensorische integratie genoemd. Het belang van het goed gebruiken van de informatie van de zintuigen heeft invloed op de ontwikkeling van een kind. Dit is terug te voeren tot de rol die zij spelen bij het handhaven van evenwicht en stabiliteit. Handhaven daarvan heeft altijd voorrang boven het uitvoeren van andere activiteiten.

Voorbeelden van slechte sensomotorische integratie zijn onder meer:

• Het tastgevoel waarschuwt te snel voor gevaar, ook wel tactiele overgevoeligheid genoemd.

Deze kinderen zijn gevoelig voor aanraken: hun zintuigprikkels reageren hierop heel snel. Aangeraakt worden, op schoot zitten en knuffelen vinden deze kinderen niet prettig. Daarnaast zijn ze vaak heel kieskeurig wat betreft het eten, hun kleren, die ze al gauw ervaren als ‘kriebelig’. Ze staan ook kritisch tegenover het speelgoed waarmee ze spelen. Spelen met water, zand, klei en verf is meestal niet favoriet. Ze vinden het al gauw vies.

• Het tastgevoel waarschuwt te weinig en wordt niet opgemerkt. Dit wordt ook wel tactiele ondergevoeligheid genoemd.

Hierbij merkt het kind nauwelijks dat het wordt aangeraakt, of dat het zelf iets aanraakt. De zintuigprikkels geven te weinig informatie door. Hierdoor ‘bestuurt’ zo’n kind zijn eigen lichaam minder goed, waardoor het onhandig is en zich bijvoorbeeld gauw stoot. Zulke kinderen spelen juist wel graag met ‘vieze’ materialen zoals zand, klei en verf.

• Het evenwichtsgevoel waarschuwt te snel voor gevaar.

Dit wordt ook wel vestibulaire overgevoeligheid genoemd. Een dergelijk kind is heel gevoelig voor bewogen worden. Zijn/haar zintuigprikkels reageren bij de geringste beweging of verandering van houding. Bewogen worden, stoeien en andere wilde spelletjes vindt hij/zij niet prettig. Hierdoor komen deze kinderen wat angstig over en zijn zij meestal minder bewegelijk dan anderen.

• Het evenwichtsgevoel waarschuwt te weinig en wordt niet opgemerkt.

Dit wordt ook wel vestibulaire ondergevoeligheid genoemd. Zo’n kind merkt te weinig wanneer het wordt bewogen. Zijn zintuigprikkels geven te weinig informatie door. Bewogen worden, schommelen, stoeien en andere wilde spelletjes zijn favoriet. Zulke kinderen zijn vaak echte waaghalzen en ze zijn voortdurend in beweging.

Uw kind spelenderwijs helpen

Herkent u uw kind hierin, dan kan een behandeling bij een sensorische integratietherapeut een oplossing bieden. Hierbij is het noodzakelijk om het kind zodanig aan te raken en of te bewegen dat hij of zij die gaat beweging of aanraking gaat gebruiken of leuk gaat vinden. Het gebruik van deze prikkels gaat dan tot veranderingen leiden. De sensorische integratietherapeut heeft allerlei leuke spelletje en hulpmiddelen om uw kind te helpen.

Heeft u het idee dat uw kind een sensorische integratiestoornis heeft en een behandeling hiervoor zou kunnen helpen, of u heeft gewoon een vraag, neem dan contact met ons op.

Praktijk voor kinderfysiotherapie Marie Therese Pelgrim
06-25056620 of info@kinderfysiotherapiepelgrim.nl

Waarom schrijven veel kinderen zo slecht?

In deze tijd van computers en smartphones is het misschien niet zo gek dat kinderen slechter zijn gaan schrijven. Het is namelijk een vaardigheid die in het dagelijks leven niet door gek veel mensen nog wordt gebruikt. Zeker niet onder de jongere generaties. Toch is de reden dat de kinderen slechter schrijven misschien niet zo voor de hand liggend: juist omdat de kinderen op jonge leeftijd minder fysiek spelen en meer tijd doorbrengen achter apparaten, missen ze een belangrijk deel in de ontwikkeling van de fijne motoriek die nodig is om het schrijven goed te leren. Kinderen schrijven slecht Al jaren zien onderwijsdeskundigen, ook in Maastricht, de kwaliteit van het schrijven achteruitgaan. Kinderen schrijven slordig en onleesbaar. Het is natuurlijk een vaardigheid die nooit helemaal verdwijnt, maar waarom wordt er nog zo’n nadruk op gelegd in het taalonderwijs? Laten we daar eens naar kijken. Waarom leren ze schrijven De redenen om go ed te leren schrijven gaan natuurlijk veel verder dan alleen het ontwikkelen van een mooi en leesbaar handschrift. Het is namelijk zeer belangrijk dat kinderen al vroeg een fijne motoriek leren en schrijven is bij uitstek een vaardigheid die training van de fijne motoriek vereist. Bij een slechte ontwikkeling van de fijne motoriek zie je dat kinderen bijvoorbeeld moeite krijgen met alledaagse dingen, zoals het strikken van de veters en het sluiten van knopen. Daarnaast is het in het onderwijs nog steeds een goede gewoonte om dingen op te schrijven. Door de motoriek van het schrijven, is uit onderzoek gebleken, is het namelijk veel makkelijker om complexere zaken te onthouden en begrijpen. Het handmatig opschrijven van aantekeningen tijdens een les, bijvoorbeeld, zorgt voor een veel betere retentie en naarmate het onderwijs vordert, wordt dit voor kinderen steeds belangrijker. Hoe kan dit veranderd worden Het is belangrijk om pragmatisch te zijn in het onderwijs. Het is nu eenmaal een feit dat de rol van schrijven in de maatschappij is veranderd en het onderwijs mag dit natuurlijk reflecteren. Er zijn dus onderwijsdeskundigen die ervoor pleiten om op jongere leeftijd de nadruk op schrijven te verminderen en andere praktische materialen en spellen te introduceren die de fijne motoriek ontwikkelen, zoals jojo’s en andere kleine materialen. Zo wordt de fijne motoriek gestimuleerd. Als de kinderen in groep drie dan werkelijk beginnen met het aanleren van het verbonden schrift, kan de overgang gemakkelijker worden gemaakt door de kinderen van de jongste generaties. Ook die in Maastricht.

Wanneer ga ik naar de Kinderfysiotherapeut?

Als uw kind last heeft van een blessure of motorische problemen lijkt te hebben, dan is het logisch om een expert in te schakelen. Kinderen zijn echter wezenlijk verschillend van volwassenen. Daarom is de kinderfysiotherapeut een apart vak, dat zich specialiseert in de behandeling van kinderen. Woont u in de omgeving Maastricht en vraagt u zich af of uw kind gebaat zou zijn bij een fysiotherapeut? Lees dan hieronder verder en neem contact op met Kinderfysiotherapeut Marie Therése Pelgrim. Wat is een kinderfysiotherapeut Kinderfysiotherapie is een specialisatie in de fysiotherapie. Dat betekent dat na het afronden van een algemene studie fysiotherapie, de therapeut zijn/haar studie vervolgt om zich te specialiseren in kinderen. In het bijzonder gaat dit om de kennis omtrent het bewegingsapparaat en het bewegend functioneren van het kind, bepaalde ziektes en afwijkingen die het kind in de beweging kunnen belemmeren, kennis omtrent de groei van kinderen en hoe dit het bewegingsapparaat beïnvloedt en natuurlijk specifiek op kinderen afgestemde behandelingen. Wanneer ga je naar de kinderfysiotherapeut Er zijn twee redenen om met uw kind naar de fysiotherapeut te komen. De eerste en de meest voorkomende is een sportblessure. Vooral bij kinderen in een groeispurt kunnen blessures sneller voorkomen als er fanatiek wordt gesport. Het is belangrijk hier snel bij te zijn, zodat er kan worden behandeld en herhaling van blessures kan worden voorkomen. Zo voorkomt u dat het kind achter komt te lopen op zijn of haar leeftijdsgenootjes. De tweede reden kan zijn dat u of een behandelend arts zich zorgen maakt over de motorische en/of zintuiglijke ontwikkeling van uw kind. Hierbij kunt u niet voorzichtig genoeg zijn. Belemmeringen in het bewegend functioneren van een kind kunnen zijn/haar ontwikkeling en zelfbeeld ernstig schaden terwijl de kinderfysiotherapeut in de meeste gevallen snel en accuraat een juiste diagnose kan stellen om de ontwikkeling van uw kind in goede banen te leiden. Wat doet een kinderfysiotherapeut Allereerst wordt er gezocht naar een juiste diagnose, door het kind te onderzoeken op blessures of motorische beperkingen. In veel gevallen zal de kinderfysiotherapeut u met een aantal tips en oefeningen naar huis sturen en is er geen verdere behandeling nodig. Is de blessure of beperking ernstiger van aard, dan zal de kinderfysiotherapeut een behandelplan opstellen in overleg met u en eventueel uw huisarts. In de meeste gevallen gaat dit om oefentherapieën die zijn afgestemd op het ontwikkelingsprofiel van uw kind en worden spelenderwijs geïntroduceerd aan het kind. Voor kinderfysiotherapie in Maastricht, neemt u contact op met Kinderfysiotherapeut Marie Therése Pelgrim.